In gesprek met… schrijfster Sophie Dijkgraaff

conceptonderweg

Vanaf 23 juni ligt de columnbundel van schrijfster Sophie Dijkgraaff  in de winkel. Ter gelegenheid daarvan legde ik Sophie enkele vragen voor. Elke zondag plaatst Sophie een column online, die ik dan graag lees met een kop koffie en een croissantje erbij. Ik kan niet wachten tot de bundel uitkomt! De voorkant ziet er in ieder geval al veel belovend uit.

Sophie Dijkgraaff in het kort

Ik ben geboren in Rotterdam, vijftig jaar geleden alweer. In totaal hebben mijn ouders drie kinderen gekregen; twee meisjes en een jongen. Op drie jarige leeftijd kreeg ik kanker, een Wilms tumor. Om de ziekte te bestrijden heb ik een operatie, chemotherapie en bestralingen ondergaan. In die tijd was het overleven van kanker heel bijzonder. Ik was een van de gelukkige! Na het afronden van mijn opleidingen ben ik gaan werken als financieel administratief medewerkster/adviseur. In 2011 kreeg ik opnieuw de diagnose kanker en is mijn carrière gestopt. Mijn werkgever vertrouwde niet op een goede afloop. Om bezig te blijven ben ik begonnen met een cursus; Korte verhalen schrijven. Sindsdien schrijf ik columns, korte verhalen en gedichten zodra ik voldoende energie heb. Restklachten van de kankerbehandelingen – waaronder chronische vermoeidheid- geven een hoop belemmering in het dagelijks leven.

12052014

Waar gaat je columnbundel Onderweg over?

De columns in ‘Onderweg’ bevatten uiteenlopende onderwerpen. Zo is er ‘Freek’ die elke avond over een balkon moet klimmen om bij zijn lief te zijn. Ook vakantieverhalen leveren een hoop schrijfstof op zoals in ‘Varen’. Naast het schrijven over avonturen van anderen geef ik de lezer regelmatig een kijkje in mijn leven. Zo schrijf ik in ‘Gebrek’ over een lastige handicap die ik enkele jaren geleden heb opgelopen…(lacht)

Wanneer komt je bundel uit?

23 juni 2014

 Wat voor boeken heb je op je naam staan?

Gedichtenbundel ‘Momenten’. De titel ‘Momenten’ sluit mooi aan bij het soort werk dat de lezer onder ogen krijgt. Ik schrijf wat ik voel en of dat het predicaat gedicht mag dragen is aan de lezer.

 Wilde je als kind al schrijfster worden?

Nee, eigenlijk las ik als kind weinig. Pas later raakte ik bevangen door woorden. Het eerste boek dat ik ter hand nam was van Harry Mulisch, ‘Twee vrouwen’. Later vatte ik liefde op voor de Kronkels van Simon Carmiggelt en de columns van Martin Bril. Beiden heren inspireren mij nog altijd al zijn ze helaas niet meer onderons.

 Vindt je man het leuk als jij over hem schrijft?

Mijn lief staat volledig achter mij zolang hij maar niet in de schijnwerpers komt. (lacht)

 Welk boek ligt er op jouw nachtkastje?nachtkastje

Dat zijn er twee: Anna Enquist ‘Het geheim’. Dit wordt het eerste boek dat ik van haar hand ga lezen, hoewel ik al een groot bewonderaar van haar gedichten ben. Het tweede boek is van Connie Palmen, ‘De wetten’. Maar, beide dames moeten nog even wachten want ik heb: ‘De zon schijnt’ van Martin Bril nog niet uit!

Waar en wanneer schrijf je?

Zodra er een bruikbaar onderwerp of idee opkomt. Meestal schrijf ik dat gelijk op en werk het later uit. Ik heb geen vast schema. Mijn favoriete schrijfplek is in de woonkamer aan de eettafel. Hier heb ik een prachtig uitzicht op de natuur, wat overigens ook erg kan afleiden…

Hoe bepaal je over welk onderwerp je gaat schrijven?

Dat ligt aan het doel. Bijvoorbeeld, de onderwerpen voor de zondag column – elke zondagmorgen op mijn website te lezen – moeten vooral humor hebben. Mensen een glimlach bezorgen is dan het doel. ‘De rode draad’ is een ander onderdeel van mijn site. Hier tref je columns die kanker gerelateerd zijn. Wat maak ik zoal mee in het dagelijks leven als ‘Survivor’. (een titel welke overlevers van kinderkanker krijgen) Verder schrijf ik voor een zakelijke blog, deze onderwerpen pas ik aan, aan de actualiteiten. Wel probeer ik ook hier een vleugje humor toe te voegen. Ik ben geen schrijver die stante pede haar mening moet ventileren. Gedichten, momenten dus, schrijf ik op gevoel. Meestal komen de woorden hiervoor plots op, een ingeving, zeg maar. Als lezers me vertellen dat ze mijn werk mooi vinden, erdoor ontroert raken is dat voor mij een prachtig compliment!

 Wat vind je het leukste aan schrijven?

Verhalen delen. Mensen meenemen in mijn avonturen, mijn overdenkingen en mijn gevoelens.

Wat is jouw belangrijkste publicatie tot nu toe?

Dat moment moet nog komen! (lacht)

Fietsendief is een recente column van Sophie

fietsendief

Fietsendief

‘U bent aangehouden!’ De stem klinkt streng. Vol schrik kijk ik om. Aangehouden? Waarvoor? Gelukkig zie ik dat de politiebeambte niet tegen mij praat, maar tegen een andere passant. Nieuwsgierig neem ik plaats in een abri, op gehoorafstand.

De staande gehouden man stelt niet mijn vragen. Uit zijn mond rolt enkel het woord: ‘Hoezo?’
‘U wordt verdacht van heling,’antwoordt de diender.
‘Heling?’
‘U hebt zojuist een fiets – die zich bevond op de openbare weg – verkocht aan een oud ijzerhandelaar.’
‘Dat klopt, die fiets lag daar al maanden. Ik dacht, als de gemeente hem niet opruimt doe ik het maar.’
‘Maar dat mag niet. U krijgt een boete van honderdvijfentachtig euro. Mag ik uw identiteitsbewijs zien?’ Hoewel ik achter deze zin een vraagteken plaats, klinkt de stem van de agent minder vragend.
Terwijl de fietsendief zijn papieren pakt, constateert de agent dat hij geen middelen heeft de bon uit te schrijven. Dit vormt echter geen probleem.
‘Mooi, u hebt de papieren bij u. Er komen zo twee rechercheurs die het een en ander met u afhandelen,’meldt hij bars.
Nou, nou, twee rechercheurs om deze man te bevragen. Dat is nogal wat, bedenk ik me. De man ook. Hij stamelt: ‘Rechercheurs? Waarom? Ik ruim gewoon een wrak op dat al maanden langs de weg ligt. Vraag het de ijzerhandelaar. Hij zal het beamen. Het wrak stond zonder slot, had geen banden, geen zadel en geen bel meer.’
Ondertussen is er een andere man aankomen lopen die zich bij het gezelschap voegt. Mogelijk de ijzerhandelaar. Hij beaamt het verhaal van de ’fietsendief’. Doch voordat de agent kan reageren, komt er een auto – in volle vaart – de straat inrijden. Twee mannen stappen uit. Jawel, de rechercheurs. Een mengeling van stemmen volgt. De fietsendief wordt verzocht mee te gaan naar het politiebureau om proces verbaal op te stellen. Hij volgt gedwee. Zijn medestander komt naast mij in het bushokje zitten. Terwijl ik de hele scene verbaasd bekijk vraag ik: ‘Weet u wat hij voor de fiets heeft gekregen?’ De medestander antwoordt: ‘Twintig euro.’
Tja, dat is wel een bedrag om twee rechercheurs op te roepen.

Mocht u denken, deze column heeft ze verzonnen. Helaas, dit is een van de weinige keren dat ik aan een situatie niets hoef te veranderen of toe te voegen. Deze situatie was op zich al belachelijk genoeg. Of, vindt u van niet?

Meer lezen van Sophie? Neem een kijkje op haar website

20 gedachten over “In gesprek met… schrijfster Sophie Dijkgraaff

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s